Didier Seeuws schetst de toekomstige Europese uitdagingen met een impact op Vlaanderen. Economic governance zal in grote mate de agenda beheersen. Belangrijke elementen hiervan zijn de onderhandelingen over een nieuw begrotingspact voor de EU en het Europees semester. Verder wijst hij op de verschillende pistes die de Europese Commissie heeft uitgetekend voor het meerjarig financieel kader, o.m. inzake de vergroening van de landbouw, de hervorming van het visserijbeleid, de herschikking van de regionale fondsen met meer aandacht voor macro-economische conditionaliteit en de toetsing van de absorbtiecapaciteit.
Hij wist verder op ontwikkelingen in het kader van de interne markt. Een beslissing over het Europees patent komt eraan. Bovendien wil de Europese Commissie een “single (digital) market” ontwikkelen. Daarnaast blijft de tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn actueel, aangezien nog heel wat lidstaten serieuze inspanningen moeten leveren.
Klimaat en energie zullen de komende jaren opnieuw prominent op de agenda staan, vooral in het kader van het grondstoffendebat en de ‘low carbon economy’. Inzake justitie en binnenlandse zaken staat o.m. het uitbouwen van het gemeenschappelijk Europees asielsysteem op het programma.
Wat betreft de uitbreiding van de EU, verwacht Didier Seeuws dat na de toetreding van Kroatië dit proces even zal stilvallen. Inzake extern beleid wijst hij erop dat de EU de relaties met strategische partners verder wil uitbouwen en hij duidt hierbij op het vrijhandelsakkoord met Zuid-Korea, het lidmaatschap van Rusland van de Wereldhandelsorganisatie en de lopende onderhandelingen met Mercosur en India. Het is moeilijk in te schatten welk vervolg de Arabische lente zal kennen op de langere termijn.
Inzake algemene politiek wijst Didier Seeuws op de spanningen tussen een kern-Europa en een Europa-27/28 (incl. Kroatië), alsook op de Eurozone versus de niet-Eurozone-landen. Welke positie zal het Verenigd Koninkrijk innemen? Welke impact zullen de verkiezingen in Frankrijk en Duitsland hebben op de EU?
Bart Van Craeynest focust op de mondiale onevenwichten die de economie tekenen. Terwijl een aantal economieën exportkampioenen zijn en alleen maar overschotten hebben geboekt (bv. China, Duitsland) hebben andere landen tekorten opgebouwd. Om een (nieuwe) crisis te vermijden, moeten de overschotlanden meer binnenlandse vraag ontwikkelen, terwijl de tekortlanden overschot moeten creëren. Schuldenafbouw moet volgens hem wel op lange termijn (10 jaar) worden bekeken.
Hij wijst nog op andere belangrijke factoren waarmee in de toekomst moet worden rekening gehouden: een dalende bevolkingsgroei, stijgende prijzen van grondstoffen, een stijgende kost voor kredietverlening want de periode van dalende rente is voorbij, toegenomen risico op protectionisme. Het zal verleidelijk zijn om onze markten af te schermen van de groeilanden in Azië, Latijns-Amerika, enz.
Via een grafiek toont Bart Van Craeynest aan dat de huidige belangrijke handelspartners van Vlaanderen de komende tien jaar niet meer sterk zullen groeien. Het is dan ook de strategische uitdaging om zich te heroriënteren op de groeilanden, waarmee momenteel nog te weinig wordt handel gedreven. Volgens Bart Van Craeynest kan dit door zich te richten op nieuwe markten en producten en het verhogen van de competitiviteit (kostencompetitiviteit, verhoging van de actieve beroepsbevolking, hervormen van de fiscale situatie). Vlaanderen moet tevens een centrale toegangspoort tot Europa blijven door in te zetten op infrastructuur en havens.
Klik hier voor de PowerpointPresentatie
Bart Dewaele heeft zijn bijdrage opgebouwd rond drie aandachtspunten en koppelt daaraan telkens een aantal discussiepunten. In de eerste plaats focust hij op de complexititeit en specificiteit van ontwikkelingssamenwerking. In de tweede plaats ziet hij een tendens naar “value for money”. Dit is volgens Bart Dewaele een gevaarlijke tendens omdat ze berust op een onderschatting van het begripsvermogen van het grote publiek. Niettemin daagt ze ons uit om onze bewijsvoering rond resultaten niet te verwaarlozen. In de derde plaats ziet hij eigenbelang als mogelijk motief voor ontwikkelingssamenwerking. Dit komt momenteel aan bod in het Nederlands debat over ontwikkelingssamenwerking. In een politieke vertaling kan het opnieuw leiden naar gebonden hulp. Niettemin zou Vlaanderen meer kunnen inzetten op win-win (zoals in Nederland) door meer beroep te doen op de technische expertise die we hebben in bepaalde sterke domeinen.
Ten slotte wijst hij erop dat door de talrijke Vlaamse actoren het voor partners in het Zuiden niet altijd duidelijk is wie precies wat vertegenwoordigt binnen Vlaanderen. Een lichte overkoepelende overlegstructuur, een Vlaams ontwikkelingsplatform (VLOS), zou volgens Bart Dewaele aangewezen zijn.
Klik hier voor de lezing en presentatie.
Robert Govers staat in zijn bijdrage stil bij de uitdagingen inzake toerisme en “place branding”. Hij verklaart eerst drie begrippen: brand image, brand identity en brand purpose. Place branding is veel complexer dan branding van producten en organisaties. Place branding is vraaggedreven (wie zijn wij, wat zijn onze aspiraties,…) terwijl marketing inspeelt op de klant, de doelgroep.
Volgens hem bestaat het Vlaams merk niet zonder het Belgisch merk. Vlaanderen staat slechts 40ste op de Anholt Nation Brand Index. Met het nieuw merkenboek heeft Vlaanderen veel vooruitgang geboekt, maar het beperkt zich op dit vlak tot het stellen dat Vlaanderen een deelstaat is van België en neemt de opportuniteiten van het merk België voor Vlaanderen onvoldoende mee. Hij vindt het wel positief dat bij de toeristische marketing wel de link met België, Brussel en de buurlanden wordt gelegd.
De toerist van morgen schetst hij als volgt: “individualised, demanding, vocal, online, less impacted by adverts, more by peers”. Toeristische agentschappen zullen in de toekomst daarom ook meer moeten inzetten op het samenwerken, cocreatie en het creëren van een toegankelijk platform. Toerisme Vlaanderen zal zich meer moeten toeleggen op het faciliteren van samenwerking.
Klik hier voor de presentatie.
De minister-president sprak in zijn toespraak zijn appreciatie uit voor het geleverde werk van de Raad en de kwaliteit van de uitgebrachte adviezen. Hij riep de nieuwe leden op om verder te streven naar het consensueel bijeenbrengen van de verschillende standpunten. Hij installeert met zijn toespraak plechtig de nieuw samengestelde SARiV.
Klik hier voor de toespraak van minister-president Kris Peeters