Bijdrage tot het strategisch beleidsplan voor het toerisme in Vlaanderen en de hervorming van Toerisme Vlaanderen
[downloadPDF]
SAMENVATTING
In de Beleidsnota Toerisme 2009-2014 werden twee belangrijke vernieuwingen voor het toerismebeleid aangekondigd, namelijk het globaal strategisch plan voor toerisme in Vlaanderen, dat de krijtlijnen inzake het toerismebeleid op lange termijn moet uittekenen, en de hervorming van het agentschap Toerisme Vlaanderen. Gezien de strategische taakstelling van de Raad, nam hij het initiatief tot een advies hierover. Om deze bijdrage te stofferen, organiseerde de Raad op 31 maart 2010 een gedachtewisseling met enkele door hem geselecteerde toeristische stakeholders. Deze discussie werd mede gevoerd op basis van een omgevingsanalyse, opgesteld door de Raad.
Het advies vertrekt vanuit een brede omgevingsanalyse waarin wordt stilgestaan bij het internationaal kader en bij interessante beleidsvoorbeelden van andere regio’s en landen. Op basis daarvan formuleert de Raad een brede waaier van aanbevelingen voor het toekomstig strategisch plan en de hervorming van het agentschap Toerisme Vlaanderen. Enkele van deze aanbevelingen zijn:
- De Raad suggereert om een meetbare langetermijndoelstelling voor Vlaanderen te ontwikkelen die focust op groei door middel van parameters als omzet/toegevoegde waarde, tewerkstelling en Europees marktaandeel. 2020 lijkt de Raad een goede tijdshorizon voor het globaal strategisch beleidsplan voor toerisme in Vlaanderen.
- Door het erg gefragmenteerde karakter van de sector en de banden met verschillende andere beleidsdomeinen (bv. leefmilieu, ruimtelijke ordening) is een geïntegreerde aanpak voor het toerisme van primordiaal belang.
- De toeristische ondernemingen, vaak kmo’s, moeten voldoende zuurstof krijgen om te ondernemen.
- De aansluiting bij de kenniseconomie is slechts mogelijk indien men in samenwerking met de private partners, de lokale overheden en de provincies inzet op het optimaliseren van kennisdeling. De huidige datastromen moeten in kaart worden gebracht en taakafspraken omtrent kennisopbouw en –deling zijn noodzakelijk.
- De Raad pleit voor de ontwikkeling van een coherente brandingstrategie voor het merk “Vlaanderen”, waarin ook het toerismebeleid zich inschrijft. Product-marktcombinaties moeten worden ontwikkeld. De marketing zet niet alleen in op de macroproducten, maar streeft ook naar “micromarketing” om een gediversifieerd toeristisch aanbod aan te bieden. Vlaanderen moet inspelen op nieuwe reistrends. Met alle actoren komt men tot goede taakafspraken over de binnenlandpromotie van Vlaanderen. Het instrument “Vlaanderen Vakantieland” wordt geoptimaliseerd. De MICE-markt en de evenementen krijgen een specifieke marketingaanpak zodat hun toeristisch potentieel wordt gevaloriseerd.
- Idealiter hervormt men pas het agentschap Toerisme Vlaanderen nadat de beleidskeuzes zijn vastgelegd in het globaal strategisch beleidsplan. Toerisme Vlaanderen heeft volgens de Raad hoofdzakelijk een regisseursrol, maar kan na overleg met de sector voor welbepaalde taken een actorrol op zich nemen. Om te groeien in zijn rol van zowel centraal als officieel aanspreekpunt voor de toeristische industrie in Vlaanderen, als transparante en bedrijfsgerichte organisatie, moet Toerisme Vlaanderen volgens de Raad inzetten op een betere samenwerking met de sector. Een goede taakafbakening tussen de toeristische spelers verduidelijkt tevens de rol van Toerisme Vlaanderen. Ten slotte kan Toerisme Vlaanderen de samenwerking binnen het agentschap, maar eveneens met de andere entiteiten van het beleidsdomein, het Steunpunt Toerisme en Recreatie en andere kennisinstanties, en andere beleidsdomeinen optimaliseren.