Buitenlands beleid

Sinds de staatshervorming van 1993 geldt zowel voor de Gemeenschaps- als de Gewestbevoegdheden het principe in foro interno, in foro externo. Dit principe houdt in dat de deelstaten zelf bevoegd zijn om internationaal op te treden voor hun bevoegdheden en een eigen buitenlands beleid kunnen voeren. Dit betekent dat Vlaanderen onder meer verdragen kan sluiten (ius tractandi) en eigen Vertegenwoordigers kan aanstellen in het buitenland (ius legationis).

De buitenlandse betrekkingen van Vlaanderen hebben een ruime draagwijdte. Vlaanderen heeft in de eerste plaats bilaterale relaties opgebouwd met zijn buurlanden en –regio’s. Nederland vormt hierin een bijzondere partner, maar ook de samenwerking met Noord-Frankrijk en Noordrijn-Westfalen is stevig uitgebouwd. In de tweede plaats tekende Vlaanderen verdragen en bouwde het een actieve bilaterale samenwerking op met de landen van Centraal- en Oost-Europa, die intussen lid werden van de Europese Unie. In de derde plaats wordt al vele jaren intensief samengewerkt met Zuid-Afrika, Chili en de provincie Quebec.

De Europese integratie heeft een enorme impact op Vlaanderen en op de uitoefening van zijn bevoegdheden: 70% van de wetgeving is van Europese oorsprong. Vlaanderen neemt daarom actief deel aan de Europese besluitvorming en is aanwezig in de Europese instellingen, onder meer via deelname aan Europese ministerraden en via vertegenwoordiging in het Europees Parlement en het Comité van de Regio’s. Vlaanderen zet ook in op multilaterale samenwerking (Unesco, OESO, Raad van Europa, etc.). Om de besluitvorming in al deze organen van nabij op te volgen en zijn belangen te verdedigen beschikt Vlaanderen over een netwerk van Vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering in het buitenland, m.n. in Den Haag, Parijs, Londen, Berlijn, Wenen, Pretoria, Warschau en Madrid alsook bij de Europese Unie en de internationale organisaties in Genève. Het Vlaams Huis in New York werd intussen omgebouwd tot een nieuwe volwaardige Vlaamse vertegenwoordiging.